44e onafhankelijkheidsdag

Vandaag is het een nationale feestdag. De 44e onafhankelijkheidsdag. De afgelopen dagen hebben we rondgevraagd waar we moeten zijn.  We krijgen van iedereen hetzelfde antwoord: "in het stadion!". We vertrekken dus die kant op.  In eerste instantie trekt het ons niet echt om "vast" te zitten in een station voor onbekende tijd maar al snel wordt ons duidelijk dat de stad uitgestorven is en we toch echt daar moeten zijn.  Al zoekende belanden we in een file en trekken de conclusie dat we waarschijnlijk goed zitten. Eenmaal bij het stadion aangekomen, besluiten we de mensenmassa te volgen het stadion in. Tot drie keer toe lopen we per ongeluk een vip gedeelte in waar we nog lege stoelen zagen. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Uiteindelijk vinden we helemaal in de nok van het stadion, de derde ring, een stel vrije plaatsen.  Al snel blijken dat misschien wel de beste plaatsen. We hebben overzicht doordat we hoog zitten maar we zitten net onder het dak ook droog.  Het begint gigantisch hard te regenen. We moeten direct aan Suriname denken.  Wat is dat toch met ons en nationale feestdagen? Beneden zien we iedereen weg vluchten. De festiviteiten worden kort onderbroken maar iedereen in uniform moet op het veld blijven staan.
De hele vertoning is indrukwekkend.  Bijzonder is de humor die verwerkt wordt in de hele parade. Ieder legeronderdeel heeft kleine grapjes of  doen danspasjes zonder dat het disrespectvol wordt. Regelmatig begon het hele stadion te joelen omdat de drumband een gekke act opvoerde of omdat één van de legeronderdelen heel subtiel een klein dansje deed.  Alles gaat ongedwongen.  We zien dat iedereen op het veld regelmatig van drinken wordt voorzien tijdens de ceremonie en zo nu en dan zien we mensen op het veld weg lopen en weer terug komen terwijl alles door gaat.
De woorden waarmee de minister wordt aangekondigd kan onze minister alleen maar van dromen. Voor hij op komt wordt hij minutenlang geprezen en het volk in het stadion gaat voor hem uit hun dak.
De liefde voor hun land en voor de vlag zie je overal terug. Mensen in het stadion zijn heel feestelijk maar ook netjes en verzorgd gekleed in de kleuren van hun vlag.  Bij veel mensen is het duidelijk dat ze er lang mee bezig zijn geweest.  Ook buiten het stadion valt dat op.  We weten natuurlijk niet of dat altijd zo is maar overal hangen grote of kleine vlaggen of andere versiersels in de kleuren van hun vlag.  Zelfs gebouwen en vluchtheuvels zien we geverfd in de nationale kleuren.  Hier zie je dat het echt samenbrengt, de toespraken zijn zo vaderlandslievend, zo zou ik het in Nederland me niet kunnen voorstellen. Het maakt indruk op ons allemaal.  De samenhorigheid, de humor en het respect maar ook de kneuterigheid.  Dat we ongeveer de enige blanken in het stadion zijn en op het veld zeker geen blanken te zien zijn, is iets wat we allang normaal zijn gaan vinden en eigenlijk ook niet meer bij stil staan. We voelen ons er zeker niet ( meer) ongemakkelijk bij.  Pas als een klein jongetje me heel lang blijft aankijken besef ik dat ik er anders uit zie voor hem.
We sluiten de dag af met een frietje in de haven. Nog voor we eten hebben worden we van tafel geroepen. Er is een "baby baracuda" gespot van ongeveer een meter lang.  Enthousiast vertelt de man dat ze reusachtig kunnen worden en nog grotere tanden hebben dan haaien.  De duiker die we bij ons hebben, laat merken dat hij dat een beetje overdreven vindt.  Nog veel enthousiaster begint onze nieuwe vriend te vertellen. Zo kenmerkend voor de locale bevolking die we hier ontmoeten.  Uitbundig, vriendelijk en voorkomend als we een verkeerde straat in rijden of onze kinderen in hun ogen gevaarlijke dingen doen. Het kan bijna niet anders dan dat de mensen die op dit resort/ Marina werken hier niet oorspronkelijk vandaan komen. Dan druk ik het nog netjes uit. De faciliteiten zijn erg goed dus we kunnen de haven nog steeds aanraden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Soms word je even stil...

Welkom in Amerika